Goede nacht

Interview Ton Rombouts, bestuurder en politicus

Om scherp te blijven moet je fit en uitgerust zijn.

Ton Rombouts (68) is bestuurder en politicus. Hij is burgemeester geweest van Wouw, Boxtel en ‘s-Hertogenbosch. Nu is hij actief als lid in de eerste kamer der Staten-Generaal en binnen diverse andere organisaties.

Fascinatie voor symbolen en rituelen

Waarom ik burgemeester geworden ben? Als kind was ik al gefascineerd door de symbolen en rituelen.  Later als student rechten en bestuurskunde kwam de inhoudelijke interesse voor het ambt. Weer later wilde ik, door goed waar te nemen, weten hoe burgemeesters het deden. Het schaken op vele borden, gevraagd en ongevraagd advies geven en het spreken in het openbaar, ik vond het boeiend en heerlijk om te doen, nog steeds trouwens. Misschien is het een soort drang om te zorgen, het verschil willen maken. Wat begon als een baan, een loopbaan is uitgegroeid tot een roeping. Ik was ooit met mijn 28 jaar de jongste Nederlandse burgemeester. Achteraf misschien wel erg jong, maar ik had het geluk om een aantal sterke en ervaren mensen om me heen te hebben, waar ik veel van geleerd heb.

24-7 beschikbaar zijn hoort bij het burgemeesterschap

Als burgemeester moet je een verbinder zijn. Je hebt contacten met allerlei instanties binnen en buiten de gemeente, zoals GGD, politie, brandweer, maar ook verenigingen en natuurlijk de inwoners. Je moet 24-7 beschikbaar zijn, want je kunt op elk moment gebeld worden. Omdat er relletjes zijn, brand, protesten of een ongeval. Of men heeft je besluit nodig voor een spoedmaatregel, zoals een gedwongen opname in een instelling. Er zijn natuurlijk ook feestelijke gebeurtenissen waar je voor wordt uitgenodigd, zoals jubilea, openingen, 100 jarigen en 60 jarige huwelijken. Die worden zelden op werkdagen tussen 9.00 en 17.00 uur gevierd.

De maandelijkse raadsvergaderingen vonden ‘s avonds plaats, van 19.00 uur tot 23.00 uur. Als burgemeester en voorzitter zit je dan 4 uur lang op het puntje van je stoel, terwijl je misschien niet of nauwelijks aan het woord bent en ogenschijnlijk niets hoeft te doen. Het is net als een scheidsrechter bij het voetbal, je valt niet op, maar als je vergeet in te grijpen of verkeerd ingrijpt, dan heb je de poppen aan het dansen.

Op een feest ben ik Ton en burgemeester tegelijk

‘Pas op’, zei iemand me toen ik net burgemeester was, ‘want publiek loopt over in privaat’.  En die man had gelijk. Er is vaak iets te doen waar je aanwezigheid als burgemeester gewenst is, verwacht wordt, waar je geacht wordt om aandacht aan te geven en even een woordje te doen. Het is dan lastig om nee te zeggen. Je bent daardoor vaak op evenementen en feesten, in je rol als burgemeester. Dat lijkt leuk werk en dat is het ook, maar je moet altijd goed aanspreekbaar blijven en alert, want je hebt een publieke functie. Dat betekent voorzichtig zijn met alcohol. Op sommige feesten werd ik natuurlijk ook uitgenodigd als mens, samen met mijn vrouw. Maar ook dan werd er regelmatig gevraagd of ik even wilde luisteren naar een voorstel, issue of idee, niet als Ton, maar als burgemeester.

Mediteren en sporten geven mij energie en scherpte

Het bewaken van mijn energie was en is van groot belang voor mijn functioneren. Dat heb ik echt moeten leren. Na de eerste drie jaren als burgemeester belandde ik in een energiedip. ’s Avonds, na een dag werken, voelde Ik me futloos, zag op tegen dingen, kwam tot niets en had zelfs last van hyperventilatie. Ik heb nooit echt structurele slaapproblemen gehad. Natuurlijk had en heb ik wel eens kortere nachten in tijden van stress en druk, omdat ik dan lastiger inslaap of eerder wakker word. Dat staat los van die dip van toen. Onderzoek in het ziekenhuis wees destijds uit dat er fysiek niets aan de hand was. Ik stond teveel op aan; doorgaan, doorgaan, doorgaan en geen nee zeggen. Ik was continu alert, want je weet maar nooit wat er kan gebeuren.

Op een dag vond ik thuis een folder over transcendente meditatie. Die heb ik een half jaar bewaard en had ik nooit weggegooid. Is dat toeval of het lot heb ik me later wel eens afgevraagd. Maar goed, ik ging naar die cursus; 4 avonden achtereen 1,5 uur mediteren. En geloof het of niet, na die 4 dagen heb ik mijn proefschrift over gemeentelijke herindeling weer opgepakt, wat ik in die 3 jaren ervoor had laten liggen, omdat ik er ’s avonds geen energie voor kon vinden. En ik heb het onderzoek afgemaakt en ben erop gepromoveerd, naast mijn werk als burgemeester.

Alles weten kan niet en is ook niet nodig 

Vanaf toen ben ik anders te werk gegaan. Niet langer gedreven door stress en angst, maar handelend vanuit een fit rationeel denkend brein. Voor elk belangrijk crisisberaad of raadsvergadering bereidde ik me goed voor, maar zorgde ik daarnaast dat ik fit was.

Dat betekende dat ik vooraf aan de belangrijke bijeenkomst een dagdeel vrij liet plannen voor licht, lucht en beweging. Dan ging ik naar buiten om een tijdje lekker hard te fietsen, daarna douchen en mediteren. En na de bijeenkomst plande ik weer een paar uur voor mezelf, om dingen terug te halen en te laten indalen. Dat doe ik nog steeds.

Daardoor ben ik scherp op de momenten dat het nodig is. Ik heb ervaren dat men je afrekent op die scherpte, op je reactie. Je hoeft niet alle feiten precies te weten voor een goede reactie, die feiten die komen wel. Alles weten is dus niet de beste voorbereiding, maar je prioriteiten op een rijtje hebben; belangen en wensen van alle betrokkenen helder hebben en je eigen visie en doelen. Dus zorgen dat je fit bent, waardoor je ook beter reageert en improviseert. Sporten en mediteren is mijn devies.

Lange nachtelijke vergaderingen leiden zelden tot goede besluiten

Tot laat in de avond of nacht doorvergaderen, dat komt inderdaad voor in de politiek. Ik geloof niet dat vergaderen na 23.00 uur veel oplevert en vind het dom. De effectiviteit neemt af, de ergernis neemt toe en er worden geen of geen goede besluiten genomen. Mijn motto over vergaderen: doe het niet langer dan 2,5 uur achtereen en zet als eerste de belangrijke punten op de agenda, waar besluiten over genomen moeten worden, dan is iedereen nog fit. Daarna de punten waar deelnemers gezamenlijk over nadenken en sparren, dat vraagt minder energie en scherpte.

Actief zijn en waarde willen toevoegen, dat hoort bij mij

Ik merk dat ik het nog steeds fijn vind om nodig te zijn, gevraagd te worden om advies, van betekenis te zijn voor anderen. Daarom ben ik op verschillende fronten actief en hopelijk ook van waarde. Zo zit ik in de eerste kamer, ben actief binnen het CDA en bij een vijftiental besturen of organisaties waaronder de Sint Jan.

En nog steeds ben ik kien op mijn fitheid, dus sport ik regelmatig, het liefste in de buitenlucht. Als het gezellig is, heb ik, net als vele anderen, ook zin in een biertje of wijntje. Maar ik laat het als eerste vervallen in tijden van drukte.

Het enige wat ik nooit helemaal onder de knie krijg is de start van de dag. Ik ben een avondmens en het komt nog steeds regelmatig voor dat ik achter mezelf aanhol, omdat ik lastig op gang kom. Het bioritme is niet te verloochenen dus 😉

Tip: Pak tijd en ruimte om je goed voor te bereiden en besteed aandacht aan je fitheid, in mijn geval sport en meditatie. Dat houd je scherp als het nodig is en voorkomt slapeloze nachten.

Zitten jouw medewerkers lekker in hun vel? Dan zitten ze beter op hun plek - letterlijk en figuurlijk. Dat uit zich in meer werkplezier, meer motivatie, meer betrokkenheid, betere prestaties en een duurzamere inzetbaarheid.